Verslag raadsvergadering 31 januari 2019

De eerste raadsvergadering van 2019 was–wat ik maar even oneerbiedig noem- ‘een noodzakelijk kwaad’. Soms moeten er door de raad nou eenmaal besluiten genomen worden om met zaken door te kunnen gaan. Van de 14 agendapunten waren er in de voorafgaande commissievergaderingen maar 4 aangemerkt als bespreekstuk en de resterende konden als hamerstuk zonder verdere discussie worden afgewikkeld. Tenminste dat dachten we, want over diverse hameronderwerpen werd toch nog ‘een politiek plasje gedaan’. Zo riep het voorstel om het huidige open plekken beleid in te trekken, bij enkele partijen nog enkele vragen en opmerkingen op. Ook ikzelf kon het niet laten even te benadrukken dat we als partij erg ingenomen waren en zijn met het feit dat er nu weer budget wordt uitgetrokken voor een actualisatie van het erfgoedbeleid. Dat erfgoed is immers voor Laarbeek niet alleen een vorm van culturele identiteit, maar ook een mogelijkheid om sfeerbepalende gebouwen en omgevingen beter in beeld te krijgen en (hopelijk) daardoor ook voor komende generaties te behouden.

Het eerste bespreekstuk was de aanvraag van een uitkering uit de zgn. vangnetregeling. Meerdere partijen vonden het zorgelijk dat we voor het derde jaar op rij –en nu dan als enige Peelgemeente – een beroep op die regeling moeten doen. Deze is verklaarbaar door het feit dat we de laatste jaren een inhaalslag hebben gemaakt bij de huisvesting van statushouders. Die erkende vluchtelingen vergen nu eenmaal een intensievere begeleiding om hen aan betaald werk te kunnen krijgen. Terecht werd daarbij de opmerking gemaakt dat het daarbij niet zozeer gaat om de financiële cijfers, maar ook om de vraag hoe we er voor kunnen zorgen dat zij op een goede manier kunnen integreren in onze maatschappij.

Een ander bespreekstuk was het Regionaal Operationeel Kader milieu van de Omgevingsdienst Zuidoost Brabant (ODZOB voor ingewijden). Het ODZOB is een wettelijk opgelegde gemeenschappelijke regeling, waarin 21 regiogemeenten en de provincie samenwerken bij vergunningverlening, toezicht en handhaving op het terrein van bouwen en milieu. De vraag daarbij aan de raad was: hoe ver ga je in die samenwerking; op welke terreinen en tegen welke kosten. Dan wordt al snel duidelijk dat je al die taken nauwelijks nog in eigen beheer kunt uitvoeren en dan zeker niet tegen lagere kosten. Het collegevoorstel werd dan ook overgenomen, met de kanttekening van alle partijen dat we de financiële  vinger wel aan de pols moeten blijven houden. De ontwikkelingen worden dus jaarlijks geëvalueerd.

Ook het onderwerp ‘vaststelling controleprotocol jaarrekening 2018’ was een bespreekstuk, niet omdat het zo’n zwaar politiek dossier was, maar omdat het niet vooraf in een openbare commissievergadering was besproken, maar in de zgn. Auditcommissie. Dat is de commissie die namens de raad de contacten met de accountant onderhoudt, en toevallig (of niet) mag ik daarvan de woordvoerder zijn. Het controleprotocol geeft aan wat de controletoleranties volgens de raad mogen zijn: tot welke bedragen kunnen afwijkingen van de begroting (want die zijn er uiteraard altijd) nog geaccepteerd worden en wanneer niet meer. Daarnaast stelt de Auditcommissie voor welke onderdelen van de jaarrekening uitgebreider onderzocht worden. De drie voorgestelde onderwerpen (de geldstromen naar welzijnsinstelling Vierbinden, de kosten van de wijkteams en de berekening van de winstneming in het grondbedrijf) werden na enige discussie door de raad overgenomen.

Conclusie mijnerzijds na deze raadsvergadering: de benodigde besluiten zijn na een goede inhoudelijke discussie in eenstemmigheid genomen. Dat is in het verleden wel eens anders geweest, dus het gaat de goede kant op.